Voeding en duursport
Bij duursport hebben we het vooral over grote trainingsomvang, het energieverbruik per training is vrij hoog. Het lichaam gebruikt koolhydraten en vetten als brandstof, indien er een tekort aan koolhydraten is worden eiwitten ook als brandstof gebruikt.
Wanneer de intensiteit van de inspanning hoog is, zullen er meer koolhydraten en minder vetten als brandstof verbruikt worden. Is de intensiteit lager, dan zal de vetverbranding toenemen en de koolhydraatverbranding afnemen.
Het is een feit dat koolhydraten de belangrijkste brandstoffen zijn voor duursporters. Koolhydraatverbranding verloopt sneller en efficiënter dan vetverbranding. Wanneer de koolhydraten op zijn schakelt het lichaam over op vet- en eiwitverbranding. Hierbij kan nog maar 50% van het maximale prestatieniveau worden bereikt. Wanneer de training langer duurt dan anderhalf uur, zul je koolhydraten moeten aanvullen tijdens de training.
Voeding voor de duursporter zou voor 60 energieprocent uit koolhydraten (langzame koolhydraten) moeten bestaan en voor 20 tot 30 energieprocent uit vetten (onverzadigde vetten).
Voor een duursporter is het raadzaam om ongeveer 1,5 gram eiwit per kilogram lichaamsgewicht te gebruiken.
Ook een duursporter moet gevarieerd eten om voldoende vitamines en mineralen binnen te krijgen.
Voor een duursporter is het zeer belangrijk om de hoeveelheid vocht op peil te houden. Er wordt aangeraden om 150 tot 250 ml vocht per kwartier te drinken. Dit betekent dus bij een training van een uur 600 ml tot maximaal 1 liter vocht.
Na een duurtraining is het verstandig om bijvoorbeeld een sportdrank te drinken, om de hoeveelheid vocht en voedingsstoffen in het lichaam aan te vullen. Dit kan direct na de inspanning. Voor het eten van een flinke maaltijd doet u er verstandig aan om ongeveer een uur te wachten.
Deze informatie wordt u aangeboden door: www.trainings-schemas.nl.
