Voeding en krachtsport

Het lichaam maakt hoofdzakelijk gebruik van koolhydraten en vetten als brandstof. Als de intensiteit van de inspanning hoger is, zal de koolhydraatverbranding toenemen en de vetzuurverbranding afnemen. Met krachtsport hebben we het over zeer intensieve (kortdurende) inspanning. Hierbij worden dus vooral koolhydraten als brandstof gebruikt.   

Veel krachtsporters denken alleen maar aan eiwitten. Dit is zonde, want met name koolhydraten zijn zeer belangrijk voor de krachtsporter. Koolhydraten zorgen namelijk voor een snelle en efficiënte energielevering. Zodra de koolhydraten op zijn, schakelt het lichaam over op vetten en eiwitten. Vetten en eiwitten leveren trager energie, dus inspanningen met een hoge intensiteit kunnen niet meer worden uitgevoerd.   

Voor een krachtsporter is het verstandig om voeding te nemen die voor 55 a 60 % van de energie uit koolhydraten bestaat (langzame koolhydraten . . . .bijv; brood, aardappelen, macaroni, graanproducten, geen snelle suikers zoals gebak, snoep e.d.). Voor vet geldt 20 tot 30% van de energievoorraad uit voedsel (we hebben het dan uiteraard over onverzadigde vetten).   

Eiwitten zijn goed voor de opbouw en het onderhoud van de spieren. Veel krachtsporters gebruiken echter veel te veel eiwitten. (het teveel aan eiwitten kan uiteindelijk worden opgeslagen als lichaamsvet). Grofweg kan gezegd worden dat je dagelijkse eiwitbehoefte ongeveer 1 gram per kilogram lichaamsgewicht is. Tijdens de opbouwfase van je krachttraining zou je dit kunnen uitbreiden naar 2 gram per kilogram lichaamsgewicht, maar dat is dan ook meer dan genoeg. De gemiddelde Nederlander krijgt met zijn/haar voeding over het algemeen wel voldoende eiwitten binnen. Bovendien verbruikt een sporter meer energie, zal daardoor meer eten en dus automatisch ook al meer eiwitten binnenkrijgen. Extra eiwitten in de vorm van poeder of preparaten is dus niet nodig. Voor de krachtsporter is het beter om meer op de hoeveelheid koolhydraten in de voeding te letten. We hebben het dan uiteraard over langzame koolhydraten (geen snelle suikers, wel vezels).   

Ook moet je er als krachtsporter op letten dat je je verloren vocht weer aanvult. Krachtsporters kunnen wel 1 tot 3 liter vocht verliezen per training. Je mag maximaal 1 liter vocht verliezen, je zult de rest dus moeten aanvullen. Als richtlijn is het verstandig om tussen de 2 en 4 liter vocht per dag te drinken.   Uiteraard is het belangrijk om gevarieerd te eten, zodat u voldoende vitamines en mineralen binnen krijgt.   

Tot slot is het verstandig om na de krachttraining een koolhydraat- en eiwitrijke maaltijd te nemen. Dit bevordert het herstel en de opbouw van uw spieren (maximaal twee uren na het trainen).  

Deze informatie wordt u aangeboden door: www.trainings-schemas.nl.